NL | ENG



De betekenissen van landschap traceren
Opnames, tekst en website: Inne Eysermans;
Tekstassistentie en klankbord / dramaturgie: Tineke De Meyer;
ontwikkeld binnen het residentie- en erfgoedproject van PopMonument in Veere en Bergen op Zoom. Het project interpreteert het Europese thema van Open Monumentendag 'Routes, Netwerken en Verbindingen' (NL, 2024), en tracht levend(ige) geschiedenissen en het begrip 'landschap' te traceren.


‘Luisteren’ naar landschap is luisteren naar een multipliciteit aan landschappen en temporaliteiten, hoorbare en onhoorbare fenomenen, menselijke en meer-dan-menselijke aanwezigheden (Wright).

Een van de eerste verwijzingen in de Nederlandse taal naar het begrip ‘landschap’ dateert uit het begin van de 13de eeuw, en verwees het naar een politieke representatie van een gemeenschap (Antrop). Etymologisch stamt de prefix ‘land’ uit de Germaanse taal en verwijst het naar een gebied, zoals in landgoed, landbouwgrond en gemeenschappelijke grond. De suffix ‘-schap’ betekent ‘schepping, constitutie, conditie of toestand’ en is verwant aan het Duitse werkwoord ‘Schaffen’, dat creëren of vormgeven betekent (Olwig).

Onderstaande tekst trekt een spoor langs een levende geschiedenis van het begrip ‘landschap’. We vertrekken bij de Reformatie (waarvan de sporen o.a. tot in Veere reiken), passeren langs landschapsschilderijen als spiegels van een geschiedenis en landschap als voedingsbodem voor de toekomst. Uiteindelijk komen we uit bij de vraag hoe op deze geschiedenis en zijn betekenislagen te reageren vanuit een hedendaagse audiovisuele praktijk, die alleen al via de ontginning van mineralen die onze technologieën faciliteren, onlosmakelijk met landschappen verweven is (Wright).

De in de 16de en 17de eeuw opkomende Nederlandse landschapsschilderijen weerspiegelden politieke, economische en religieuze transformaties van die tijd en de veranderende relatie tussen de mens en het fysieke landschap (Adams, Schama). Niet alleen zijn de landschapsschilderijen spiegels van een tijd, ze beïnvloedden ook hoe het reële landschap er ging uitzien. Samen met de opkomst van o.m. de topografische benadering van landschap in cartografie en schilderkunst, beïnvloedden ze rechtstreeks de opkomst van tuin- en landschapsontwerp als vrije kunstvorm (Antrop, Darke, Olwig, Rancière, Tuan).

Hoe er werd gedacht over landschap, met name het ideaal van controle over land en natuur, en de uitgebreide landbewerking die ermee samenging, is ook verbonden met de ideologie achter het koloniseren van andere gebieden om die vervolgens (opnieuw) vorm te geven naar het eigen vertrouwde landschap (Bluwstein, Tolia-Kelly, Smith).


Reflecties van omwentelingen

De Nederlandse landschapsschilderijen van de 16de en 17de eeuw bevatten reflecties van politieke, economische en religieuze omwentelingen uit die tijd (Adams, Schama).

Op religieus gebied was er de Reformatie die in de 16de eeuw tot de hervorming van verschillende kerken in de Noordelijke Nederlanden. In Veere werd de kerk zo toegewezen aan de Protestanten in 1572 (PKN Gapinge-Veere). En ook de Beeldenstorm bereikte deze regio. Ook hier werden religieuze beelden en kunstwerken vernietigd. In de schilderkunst maakte de iconografie op basis van Christelijke verhalen en mythologieën plaats voor een focus op landschapsbeelden met oog voor onderwerpen als nationaal erfgoed, identiteit en het natuurlijke landschap van een natie (Tolia-Kelly).

Op politiek vlak verklaarde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich in 1579 onafhankelijk van Spanje en werd zo een onafhankelijke culturele entiteit, afgezonderd van de monarchie. Gedurende deze periode breidde de Republiek haar grondgebied uit door middel van landwinning op zee en in binnenmeren, waarbij gebruik werd gemaakt van complexe drainagesystemen en de aanleg van dijken en kanalen. Het feodale systeem was in deze gebieden minder prominent aanwezig, deels door hun minder aantrekkelijke geografische ligging. Wat betekent dat de inwoners en gemeenschappen minder te lijden hadden aan de ondergeschiktheid aan een heer en zijn land. Land was een gemeenschappelijk handelswaar dat ze konden creëren en persoonlijk konden bezitten (Adams). De overgang van feodale naar kapitalistische productiewijzen benadrukte de rol van het individu (Smith).

Economische omwentelingen bestonden erin dat de Republiek de open markteconomie wereldwijd exploiteerde, met koloniale en imperialistische expansies en de transformatie van land elders. Tot het einde van de 18de eeuw was de Republiek een grootmacht (Adams, Schama, Tolia-Kelly). De term ‘Gouden Eeuw’ verwijst naar de bloeiperiode van de Republiek op het gebied van handel, wetenschap en kunsten, maar erkent daarbij niet de oorlogen, armoede, mensenhandel en slavernij die deze periode ook kenmerkten (Amsterdam Museum).

Een vertrouwd gezichtsveld

In vroege landschapsschilderijen van de 15de eeuw zie je het dagelijks leven, gewoonten en arbeid afgebeeld tegen een achtergrond van georkestreerde, harmonieuze, symbolische en fantasierijke landschappen, geïnspireerd door de Italiaanse schilderkunst (zie Bruegel, Joachim Patinir). Wanneer we naar de Nederlandse duinlandschappen van Salomon van Ruysdael uit de 16de eeuw kijken, zien we groot contrast met die voorgaande denkbeeldige, symbolische landschappen. ‘Het landschap was een wereld van zand, modder en onkruid geworden. Het was ooit bergachtig geweest; nu was het amfibisch’ (Schama p.68).
De imposante en beeldrijke weergaven van het landschap maakten plaats voor een lokale intimiteit (Schama). Het doel was daarbij niet noodzakelijk om het landschap zo realistisch of waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven (Schama). Landschapsschilders gingen ter plaatse om schetsen te maken en werkten de schilderijen vervolgens af in hun studio. Vaak werden settings met meer dramatiek afgebeeld (Adams), en topografische elementen zoals rivieroevers, veerboten, duinen en stranden werden gecombineerd (Schama). Daarbij werd artistieke vrijheid benut bij het samenstellen van elementen en hun perspectief binnen de compositie (Mauritshuis).
De landschapsschilderijen tonen niet de representatie van een natuurlijk landschap, maar beelden elementen uit die associaties oproepen met individuen en lokale gemeenschappen in herkenbare formaties van een gebied (Adams, Schama). Ze creëerden een vertrouwd gezichtsveld, doorspekt met herinneringen aan andere ‘geheugenlandschappen’ en spirituele waarden (Tolia-Kelly).

Stormen en dijkbreuken, de controle en idealisering van natuur

Tussen 1590 en 1664 vervulde de Republiek verschillende projecten in landaanwinning, en werden meer dan 110.000 hectare aan land gewonnen op zee en binnenmeren. Via afwateringssystemen en de aanleg van kanalen en dijken werden lager gelegen gebieden geschikt gemaakt voor bewoning en landbouwactiviteiten. Maar stormen, dijkbreuken en overstromingen bleken geen zeldzaamheid; ze vormden het grootste gevaar voor de inwoners. In de landschapsschilderijen werden zowel getuigenissen van dijkbreuken vastgelegd, als historische monumenten verplaatst naar veiligere, hoger gelegen gebieden. Zo hadden de landschapsschilderijen ook de functie voor een populatie om een imaginair gevoel van controle te tonen over natuur die dagelijks de destructie zou kunnen inzetten (Adams).
De overvloed aan winterlandschappen kan worden toegeschreven aan de 'Kleine IJstijd' (vanaf 1430 tot halverwege de 19de eeuw) en de ‘koudegolf’ in de 16de eeuw, waarbij de temperatuur enkele graden lager lag, winters langer duurden en de zomers eerder herfstachtig waren (KNMI). De afbeeldingen van schaatsende gemeenschappen op een gemeenschappelijke vijver waren populair in de thuisomgevingen onder burgers en boeren. De winterlandschappen drukten een (democratische) idealisering uit, maar ook het alledaagse leven en de gewoonten van een Noord-Europese ‘Landschaft’ (Olwig, Schama).

Afwezigheden in de landschapsschilderijen

Opvallend is dat (nieuwe) commerciële activiteiten, zoals de aanbouw van kanalen en landbouw, minder werden afgebeeld in de landschapsschilderijen. Hoewel landbouw in de 15de eeuw en in Vlaamse schilderijen uit de 16de en 17de eeuw een veelvoorkomend thema was, werd het zelden afgebeeld in de Nederlandse landschapsschilderijen. Koeien en vee waren daarentegen wel prominent aanwezig. De Nederlandse koe stond destijds in Europa bekend om haar hoge melk- en kaasproductie en werd vanaf de 16de eeuw verheven tot een nationaal symbool. Hoewel walvisvangst en commerciële schepen soms werden afgebeeld in zeegezichten, ontbreken voorstellingen van schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Wel werden ondernemingen in de koloniale gemeenschappen in beeld gebracht. Een zeldzaam voorbeeld van lokale industrie in Nederland zijn de verschillende bleekvelden bij Haarlem, vastgelegd door Jacob van Ruisdael. Commerciële activiteiten werden vaak minder expliciet verbeeld of publiekelijk besproken, en bleven meestal in handen van private ondernemers, niet voor privégebruik maar voor publieke dienstverlening. Het beperkte aantal afbeeldingen van dergelijke activiteiten kan verschillende functies hebben gehad: een ontsnapping aan de ‘moderniteit’, een waardering van het platteland voor stedelingen, of het versterken van een lokale, regionale, gedeelde geschiedenis binnen een gemeenschap. Daarnaast kan het ook een manier geweest zijn om het ‘schuldgevoel’ te verzachten over een landschap dat snel veranderde of zelfs werd vernietigd door commerciële ondernemingen. (Adams)

Landschap als scenery

De opkomst van optische instrumenten, samen met de topografische benadering in cartografie en panorama's, markeert een duidelijke verschuiving van het imaginaire naar het objectieve, het irrationele naar het rationele (Schama). Landschapsschilderijen en kaarten werden nu gebruikt voor strategische en militaire doeleinden (Schama), om politieke gemeenschappen te territorialiseren en land te koloniseren (Bluwstein).
Bijna gelijktijdig met de opkomst van vroege denkbeeldige landschapsschilderijen ontstond een nieuwe stijl in tuin- en landschapsontwerp (Antrop). De topografische blik zette zich voort in de symmetrie en uniformiteit, waar het statische meer werd gewaardeerd dan het dynamische, het voorspelbare boven het onvoorspelbare (Darke). Tuinieren werd een vrije kunstvorm voor het oog, waar het medicinale en voedende aspect op de achtergrond raakte (Rancière). Landschap werd, door middel van landschapsschilderijen, een esthetisch begrip en een 'object van denken,' dat de scheiding tussen natuur en cultuur introduceerde (Tuan, Rancière).
De oorspronkelijke betekenis* van ‘landschap,’ die verwees naar de ‘echte’ wereld van omheinde velden, domeinen of administratieve eenheden, versmelt in Engeland met die van ‘scène’ (Olwig, Rancière). Hierdoor draagt ‘landschap’ niet meer louter een administratieve of politieke betekenis, maar ontstaat een associatie met ‘scenery’, verbonden met ‘de wereld van illusie, theater, kunst en fantasie’ (Olwig, Tuan).

Landschap en kolonisatie

De landschapsschilderijen weerspiegelen de materiële en symbolische constructie en toe-eigening van landschap (Bluwstein), van de controle en ordening van de natuur tot de culturele waarden en ideologieën (Olwig, Bluwstein). Het is ook deze relatie tussen mens en landschap die heeft geleid tot hoe er binnen het kolonisatieproject werd omgegaan met inheemse ruimte, waarbij de inheemse wereldvisie werd omgevormd volgens de ruimtelijke ideeën van het Westen. ‘Het hernoemen van het land was ideologisch waarschijnlijk net zo krachtig als het veranderen van het land zelf. Inheemse kinderen op scholen leerden bijvoorbeeld de nieuwe namen voor plaatsen waar zij en hun ouders al generaties lang woonden. Deze nieuwe namen verschenen op kaarten en werden gebruikt in officiële communicatie. Dit nieuw benoemde land raakte steeds meer losgekoppeld van de liederen en gezangen die door inheemse volkeren werden gebruikt om hun geschiedenis te traceren, spiritualiteit te uiten of ceremonies uit te voeren’ (Smith p.53-54).

In het spoor van landschap

‘Memory is always now. Memory as you construct it is neither merely present, nor past. It’s an in-between reality.’
- Trinh T. Minh-ha (Traveling in the Dark, p.220)

'Landschap stelt ons in staat en moedigt ons aan om te dromen' (Tuan, p.101). Tuan suggereert dat landschap verband houdt met de toekomst van de mens en de mogelijkheden voor de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn (Tolia-Kelly). Ook toepasselijk op hoe we vandaag ‘landschap’ en erfgoed begrijpen, en welke wegen ze van hieruit verder inslaan.
‘Geheugensites’, zoals musea, zijn plaatsen waar culturele waarden (van landschappen) versterkt worden. Wanneer de dominante groep of klasse een bepaalde interpretatie van kunst en verleden oplegt, raken bepaalde socio-ecologische complexe problemen gereduceerd en bepaalde stemmen gemarginaliseerd, uitgewist of stil gemaakt (Bluwstein, Tolia-Kelly). Het gaat dan ook om het betrekken van embodied en alternatieve verslagen, van andere (dan Westerse) ervaringen van tijd en ruimte (Tolia-Kelly).

‘Landschap is het werk van de geest. Landschap bestaat uit zowel lagen van (individueel en collectief) geheugen als uit lagen van gesteente’ (Schama via Tolia-Kelly p.331). ‘Landschap’ is intrinsiek verbonden met technologie en een (audiovisuele) praktijk, waar mineralen, aarde, water, lichamen, omgevingen en temporaliteiten zich ontvouwen, en waar ‘sporen van politieke, economische en culturele contexten circuleren’ (Wright). Luisteren naar ‘landschap’ is luisteren naar een multipliciteit aan landschappen hier en elders, of ‘een elders binnen hier’ (Minh-ha), hun actoren, hoorbare en onhoorbare fenomenen, menselijke en meer-dan-menselijke aanwezigheden, verstrengelde (geologische) temporaliteiten die rigide systemen doen wankelen. Luisteren naar ‘landschap’, en bij uitbreiding het maken van field recordings, is dan de samenstelling van ‘verschillende betekenissen en hiaten, altijd kwetsbaar en onzeker’ (Wright).


Referenties:

Adams, Ann Jensen (2002) Competing Communities in the “Great Bog of Europe” - Identity and Seventeenth-Century Dutch Landscape Painting (in Landscape and Power, W. J. T. Mitchell), The University of Chicago Press

Amsterdam Museum (2019), online

Antrop, Marc (2013) A brief history of landscape research, University of Ghent (PDF)

Bluwstein, Jevgeniy (2021) Colonizing landscapes/landscaping colonies: from a global history of landscapism to the contemporary landscape approach in nature conservation, Journal of Political Ecology (PDF)

Darke, Rick (2014) The Accidental Landscape (in The Good Gardener? - Nature, Humanity and the Garden, Giesecke, Annette and Naomi Jacobs, co-editors), Artifice Books on Architecture London

KNMI / Koninklijk Nederlands Metereologisch Instituut, online

Mauritshuis (2009) Jacob van Ruisdael schildert Bentheim, Stichting Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis, Den Haag & Waanders Uitgevers, Zwolle

Minh-ha, Trinh T. Phantom Images on the Move - Conversation with Ute Meta Bauer (in Traveling in the Dark, Minh-ha, Trinh T, Mousse Publishing)

Minh-ha, Trinh T. A Space Called I* - Conversation with Shivani Radhakrishnan (in Traveling in the Dark, Minh-ha, Trinh T, Mousse Publishing)

Olwig, Kenneth Robert (2002) Landscape, Nature, and the Body Politic, The University of Wisconsin Press

PKN Gapinge-Veere (PDF)

Rancière, Jacques (2013) The Time of the Landscape: On the Origins of the Aesthetic Revolution, Polity Press

Schama, Simon (1998) Dutch Landscapes: Culture as Foreground (in Masters of 17th-century Dutch landscape painting, Sutton, Peter C; Blankert, Albert), The Herbert Press

Smith, Linda Tuhiwai (1999) Decolonizing methodologies: Research and Indigenous peoples, Zed Books

Tolia-Kelly, Divya P. (2013) Landscape and memory (in The Routledge Companion to Landscape Studies - Howard, Peter; Thompson, Ian; Waterton, Emma), Routledge London and New York

Tuan, Yi-Fu (1979) Thought and Landscape: The Eye and the Mind’s Eye (in The Interpretation of Ordinary Landscapes, ed. D. W. Meinig), Oxford University Press (PDF)

Wright, Mark Peter (2022) Listening After Nature - Field Recording, Ecology, Critical Practice, Bloomsbury


zie ook >>

Book of Praise - Anglo-Genevan Psalter
The Scottish Psalter

Time - Etel Adnan

Polyphonic Landscapes - ArtEZ University of the Arts

Listening to Images - Tina M. Campt

Acoustic Palimpsests and the Politics of Listening - J. Martin Daughtry

The Force of Listening - Lucia Farinati & Claudio Firth

The Racialized Gaze on Landscapes - Chandra Frank


Feral Technologies: Making and Unmaking multispecies Dumps - interview with Elaine Gan, Bettina Stoet and Anna Tsing

Experiments in Imagining Otherwise - Lola Olufemi

We Listen, but Other Agents Are Always Listening Back - Philipp Rhensius, Katía Truijen

Hungry Listening - Dylan Robinson

Sinister Resonance - David Toop

RADICAAL GEROEZEMOES (podcast) - Trashlinie

Arts of Living on a Damaged Planet - Anna Lowenhaupt Tsing, Heather Anne Swanson, Elaine Gan, and Nils Bubandt (editors)

Becoming Geological - V2

Monumenten in Nederland - Zeeland - Veere - Piet van Cruyningen, Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Elisabeth Stades-Vischer, Ronald Stenvert

Het landschap, Pieter Bruegel De Oude - Vlaamse Kunstcollectie

Collateral Damage: Salomé Voegelin (The Wire)

The Political Possibility of Sound: Fragments of Listening - Salomé Voegelin

Mrs. Dalloway - Virginia Woolf